Hoogleraar Rob Martens van de Open Universiteit Nederland
betoogt dat nieuwe technologieën als de iPad kenmerken hebben die impliciet
bevorderen dat mensen willen leren. Terwijl het onderwijs vaak zo is opgezet
dat ingedruist wordt tegen drie psychologische basisbehoeften.
Hij stelde dat de iPad een enorme push geeft aan onderwijsvernieuwing. Het is een enorme technology push terwijl onderwijskundigen daar eigenlijk niet van houden omdat ze bijdraagt tot het beantwoorden van de alsmaar toenemende vraag naar autonomie en sturing in het onderwijs. Technologie dwingt volgens hem vragen rond autonomie en sturing te beantwoorden. De iPad is daar volgens hem een goed voorbeeld van. De iPad als casus, dus.Een iPad maakt autonoom leren mogelijk (whatever, whenever, wherever), vrijheid. Daarnaast illustreert een iPad hoe makkelijk bedienbaar en multimediaal technologie voor eindgebruikers is geworden. Als gebruiker heb je daardoor een enorm gevoel van competentie. Tenslotte kun je met nieuwe internettechnologie sociale verbondenheid creëren (samenwerking, relatedness).
Deze kenmerken onderscheiden nieuwe technologieën als de iPad van leermiddelen als boeken. Dit zal volgens Martens vooral leiden tot een revolutionaire verandering van het onderwijs.
Onderzoek laat zien dat de kenmerken autonomie, competentie en sociale verbondenheid zeer cruciaal zijn voor de intrinsieke motivatie (social determination theory). Kinderen willen bijvoorbeeld leren, maar hoe kan het dat er zoveel motivatieproblemen in het onderwijs zijn? Omdat, volgens Martens, wij het onderwijs zo organiseren dat dit indruist tegen drie psychologische basisbehoeften. En dat zijn autonomie, competentie en sociale verbondenheid. Mensen vinden het vervelend als zij ergens toe gedwongen worden. Als leerlingen voortdurend te horen krijgen dat zij iets niet goed doen, dan tast dat het gevoel van competent zijn aan. Dat gebeurt dus bij beoordelen in het onderwijs. Daardoor worden nieuwsgierigheid en creativiteit juist niet geprikkeld, terwijl dat wel noodzakelijk is.
Nieuwe technologie richt zich dus op autonomie, competent zijn en sociale gebondenheid. Maar dan volgt de cruciale vraag: leidt dat ook tot nieuwe didactieken? Volgens Martens biedt nieuwe technologie daar in elk geval veel mogelijkheden toe, zoals het aanbieden van meer keuzemogelijkheden of adaptief leren. Technologie geeft je bijvoorbeeld minder het gevoel dat je dom bent.
Hij stelde dat de iPad een enorme push geeft aan onderwijsvernieuwing. Het is een enorme technology push terwijl onderwijskundigen daar eigenlijk niet van houden omdat ze bijdraagt tot het beantwoorden van de alsmaar toenemende vraag naar autonomie en sturing in het onderwijs. Technologie dwingt volgens hem vragen rond autonomie en sturing te beantwoorden. De iPad is daar volgens hem een goed voorbeeld van. De iPad als casus, dus.Een iPad maakt autonoom leren mogelijk (whatever, whenever, wherever), vrijheid. Daarnaast illustreert een iPad hoe makkelijk bedienbaar en multimediaal technologie voor eindgebruikers is geworden. Als gebruiker heb je daardoor een enorm gevoel van competentie. Tenslotte kun je met nieuwe internettechnologie sociale verbondenheid creëren (samenwerking, relatedness).
Deze kenmerken onderscheiden nieuwe technologieën als de iPad van leermiddelen als boeken. Dit zal volgens Martens vooral leiden tot een revolutionaire verandering van het onderwijs.
Onderzoek laat zien dat de kenmerken autonomie, competentie en sociale verbondenheid zeer cruciaal zijn voor de intrinsieke motivatie (social determination theory). Kinderen willen bijvoorbeeld leren, maar hoe kan het dat er zoveel motivatieproblemen in het onderwijs zijn? Omdat, volgens Martens, wij het onderwijs zo organiseren dat dit indruist tegen drie psychologische basisbehoeften. En dat zijn autonomie, competentie en sociale verbondenheid. Mensen vinden het vervelend als zij ergens toe gedwongen worden. Als leerlingen voortdurend te horen krijgen dat zij iets niet goed doen, dan tast dat het gevoel van competent zijn aan. Dat gebeurt dus bij beoordelen in het onderwijs. Daardoor worden nieuwsgierigheid en creativiteit juist niet geprikkeld, terwijl dat wel noodzakelijk is.
Nieuwe technologie richt zich dus op autonomie, competent zijn en sociale gebondenheid. Maar dan volgt de cruciale vraag: leidt dat ook tot nieuwe didactieken? Volgens Martens biedt nieuwe technologie daar in elk geval veel mogelijkheden toe, zoals het aanbieden van meer keuzemogelijkheden of adaptief leren. Technologie geeft je bijvoorbeeld minder het gevoel dat je dom bent.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten