De
drastische wijzigingen in de gezondheidszorgcontext en in de rol en
verantwoordelijkheden van de verpleegkundigen de laatste 30 jaren hebben
volgens de auteurs geleid tot belangrijke ethische uitdagingen in de
verpleegkundige zorg. Van verpleegkundigen wordt verwacht dat ze excellente
zorg verlenen onder druk van een economisch gedreven gezondheidszorgsysteem
waarin productiviteit en outcomes primeren en vaak in geld worden uitgedrukt. Deze
evoluties hebben hun inziens geleid tot een geleidelijke erosie van de
traditionale rol van de verpleegkundige als pleitbezorger van de patiënt. De
verpleegkundigen staan vandaag voor de uitdaging om in moeilijke zorgsituaties diverse
waarden en belangen af te wegen en tegelijkertijd de centrale focus op de
patiënt te houden. De vraag hoe professionele verpleegkundigen te vormen die in
staat zijn te negotiëren, zich aan te passen en excellente zorg te bieden in
deze complexe, dynamische en steeds evoluerende zorgcontext, staat centraal in
deze paper.
‘Opleiding ethiek’ in de huidige
opleiding verpleegkunde
In
de opleiding wordt vaak gegrepen naar professionele codes of richtlijnen ter
ondersteuning van verpleegkundigen in moeilijke beslissingen. Dergelijke codes
specifiëren welke acties van een professionele verpleegkundige verwacht worden
of net niet verwacht worden. Een lijst van acties en vaardigheden, regels en
verantwoordelijkheden bieden een start voor de ethische praktijkvorming, maar
ze geven niet aan hoe verpleegkundigen de kerncompetenties moeten ontwikkelen
die hen zullen toelaten patiëntgericht te blijven zorg verlenen in een steeds
veranderende zorgcontext.
De
auteurs verwijzen naar talrijke studies die aantonen dat (student)
verpleegkundigen moeilijkheden ervaren om effectief om te gaan met de ethische
dilemma’s in eigen praktijk en daardoor vaak morele stress ervaren. Zij wijzen
ook op de neiging van vele verpleegkundigen om regels te volgen en
conformistisch te handelen eerder dan de patiënt centraal te stellen in hun
besluitvorming en handelen. In een blauwdruk (ontwikkeld door de ANA) wordt
gepleit voor een meer globale benadering van de opleiding ethiek (American
Nurse Today, 2015). De vorming van professionele verpleegkundigen vereist
m.a.w. meer dan regels, regulering en beleid. De auteurs pleiten er dan ook
voor om ethiek te integreren in alle niveaus van het curriculum en dit vanaf
het moment dat een student met de verpleegkundige opleiding start tot en met
het moment dat de verpleegkundige beslist het beroep te verlaten. Het vormen
van klinische vaardigheden gebeurt vandaag op een professionele wijze, het
integreren van ethiek in het curriculum op zodanige wijze dat de studenten hun
ethische kennis in de praktijk kunnen vertalen wordt echter door de lectoren
als problematisch ervaren, aldus de auteurs van het artikel.
Shift naar persoonlijkheidsvorming en
professionele identiteit
Professionele
ontwikkeling kan moeilijk verdeeld worden in ethische en klinische vaardigheden
gezien verpleegkunde in wezen een ethische praktijkvoering is, waarbij ‘een
ethische wijze van zijn’ bepalend is. Iedere verpleegkunde student,
verpleegkundige of lector brengt persoonlijke waarden mee die eigen praktijk en
professionele ontwikkeling zullen informeren en sturen. Doorheen hun opleiding
zullen studenten geleidelijk aan de verpleegkundige professie leren begrijpen
en aangezet worden om hun waarden te toetsen met hetgeen ze leren in hun
opleiding. Ethische ontwikkeling gaat dus hand in hand met de vorming van
professionele identiteit. Een brede waaier van competenties dient als fundering
van de professionele identiteit. De inzet van lectoren en clinici die in staat
zijn om zowel theoretisch als praktisch te tonen hoe in eigen handelen waarden
te integreren is volgens de auteurs daarom ook één van de belangrijkste
aspecten in de ontwikkeling van een professionele identiteit. Naast regels en
principes, hebben studenten dus nood aan rolmodellen die hen kunnen gidsen in
hun professionele ontwikkeling.
Essentiële ingrediënten in de opleiding
ethiek
In
het laatste deel van de paper, suggereren de auteurs een aantal essentiële
elementen voor de ethische vorming. Het is hun inziens evident dat de ethische
opleiding start in de klaslokalen, waarin verpleegkundige rollen en
verantwoordelijkheden evenals ethische theorieën en principes als houvast voor
de ethische analyse aangeboden worden. Daarnaast is het echter belangrijk om
ethiek te integreren in het hele curriculum, zowel in theoretische als
klinische lessen en opdrachten. Deze integratie moet theorieën valoriseren, de
studenten de kans geven om complexe situaties te analyseren en hen ondersteunen
bij het balanceren van tegenstrijdige verwachtingen of belangen. Het komt er
niet op aan om studenten pasklare antwoorden te bieden, maar om hen voor te
bereiden op een optimale aanpak van moeilijke praktijksituaties waarin ze
zullen moeten kiezen uit talrijke opties. De bekwaamheid om kritisch te
reflecteren en de confrontatie met rolmodellen in de klinische praktijk kunnen
hierbij een waardevolle hulp zijn.
De
auteurs onderstrepen 4 belangrijke strategieën die kunnen bijdragen in de
ethische ontwikkeling van studenten: (1) de inzet van goede lectoren/mentoren,
(2) het oefenen in het ethisch redeneren en groep interacties, (3) het bieden
van interprofessionele groeikansen en (4) het benaderen van professionele
ontwikkeling als levenslange zoektocht.
Goede lectoren/mentoren
Een
van de doelstellingen van de opleiding ethiek is het verbreden van de kijk en
visie van studenten (en verpleegkundigen) zodat ze in staat zijn om de waarde
van andere visies en benaderingen van ethische situaties kunnen zien en
begrijpen. Initieel kan dit leiden tot onzekerheid en een grotere kwetsbaarheid
bij de studenten omdat ze hun eigen waarden moeten in vraag stellen. Willen we
erin slagen om ethisch gevoelige professionele verpleegkundigen te vormen, dan
is het van essentieel belang om studenten in deze moeilijke en onzekere fase te
ondersteunen. Dit vergt een positief leerklimaat waarin niet alleen ruimte is
voor vrije uitwisseling van ideeën maar ook expliciet aandacht is voor comfort
en aanvaarding van de student. Lectoren/mentoren die erin slagen expertise en
zorgzaamheid te combineren en zo een omgeving te creëren die veilig en
comfortabel is, blijken beter in staat om de studenten te stimuleren, uit te
dagen en aan te moedigen. Hierbij aansluitend benadrukken de auteurs nogmaals
het belang van ethische rolmodellen (zowel formeel als informeel); zij kunnen
studenten stimuleren om hun perspectieven te verruimen, dit door te illustreren
hoe ethiek verweven is in al hun activiteiten.
Ethisch redeneren en groep interacties
Niettegenstaande
het belang van de docent ethiek, wijzen de auteurs ook op de belangrijke
meerwaarde van peers en andere lectoren in de ethische vorming. Ethische
ontwikkeling vergt het in vraag stellen van eigen waarden en overtuigingen
hetgeen kan gefaciliteerd worden via reflectie op eigen praktijk en dat van
andere professionals. Groepsdiscussie fora, probleem gestuurd leren, dagboeken,
simulaties, blended learning zijn enkele voorbeelden van strategieën die
studenten de mogelijkheden bieden om te reflecteren over ethische aspecten. De
ontwikkeling van ethische gevoeligheid en de bekwaamheid om ethisch re
redeneren wordt volgens de auteurs echter het best gerealiseerd door te focussen
op ervaringen, het maken van connecties met de echte wereld en het behandelen
van onderwerpen of thema’s die aansluiten bij de behoeften van de studenten.
Hoe meer studenten geconfronteerd worden met ethische situaties, hoe groter de
kans dat zij de bekwaamheid zullen ontwikkelen om ethische conflicten te
herkennen, situaties te evalueren, alternatieve oplossingen te zoeken en hun
beslissingen te toetsen. Dit soort van overleg dient plaats te grijpen vanaf
het begin van de opleiding en verder gezet te worden doorheen de hele
professionele carrière.
Interprofessionele groeikansen
De
studenten confronteren met ervaringen van andere zorgverleners helpt hen te
begrijpen hoe andere professionelen situaties aanpakken en hoe ze kunnen
samenwerken zonder eigen focus op patiëntgerichte zorg te verliezen.
Interprofessionele discussies bieden de kans om eigen biases, emoties, waarden,
percepties en professionele doelen te ontdekken die invloed hebben op wat gezegd
en hoe gehandeld wordt. Interdisciplinaire fora voor ethische discussies
verhogen daardoor het zelfbewustzijn van zorgverleners, hetgeen zowel de
samenwerking als de zorg ten goede komt.
Professionele ontwikkeling als
levenslange zoektocht
De
ontwikkeling van professionele competentie vereist dat studenten de opportuniteit
krijgen om de belemmeringen in het verlenen van goede zorg te percipiëren,
hierop te reflecteren en hiermee op een constructieve wijze om te gaan. Het
spreekt voor zich dat deze ontwikkeling niet stopt bij het beëindigen van de
studies. Het gaat om een continu proces, waarbij zowel van de verpleegkundige
persoonlijk als van de organisatie inspanningen vereist zijn. Goed leiderschap
evenals een ondersteunende omgeving en infrastructuur moeten verpleegkundigen
ondersteunen in hun ethische besluitvorming, samenwerking en communicatie met
peers en andere professionelen. De combinatie van professionele competentie en
het versterken van een positief ethisch klimaat zullen volgens de auteurs niet
alleen bijdragen tot de kwaliteit van de zorg, maar eveneens tot het succes van
de organisatie.
In
hun besluit benadrukken de auteurs nogmaals het belang van
persoonlijkheidsvorming en identiteitsontwikkeling om in de huidige en
toekomstige zorgcontext de ethische uitdagingen aan te gaan. Integriteit, moed
en karakter spelen hierbij een cruciale rol. Deze vorming is een levenslang
dynamisch proces dat in de formele opleiding start en zich voortzet in de
professionele carrière van de verpleegkundige.
Reflectie
Niettegenstaande
deze paper voornamelijk vanuit een Amerikaans perspectief geschreven is, worden
een aantal inzichten geboden die ook voor de verpleegkunde in Vlaanderen
interessant zijn. Dat de ‘opleiding ethiek’ meer inhoudt dan het aanbieden van codes
en richtlijnen en dat deze geïntegreerd dient te worden in de hele opleiding zijn
inzichten die niet nieuw zijn in Vlaanderen. Dit blijkt ook uit de creatieve
initiatieven in de Vlaamse hogescholen om de ethische vorming een plaats te
geven doorheen het curriculum, dit zowel in de school als op stage. Dit neemt
niet weg dat ontwikkeling van ethische competenties bij verpleegkundigen ook
bij ons een bezorgdheid is, zowel in de opleiding als in de praktijk. Onderzoek
toont aan dat ook in Vlaanderen verpleegkundigen een sterke neiging vertonen
tot conformisme wanneer ze geconfronteerd worden met ethisch gevoelige
zorgsituaties (Dierckx de Casterlé et al., 2008). Overvolle curricula, steeds
hogere verwachtingen ten aanzien van afgestudeerden, nadruk op klinische
outcomes en gebrek aan evidentie omtrent effectieve strategieën om de ethische
ontwikkeling te bevorderen, vormen gekende obstakels in de opleiding ethiek.
De
huidige hervorming van de bachelor van 3 naar 4 jaar biedt ons vandaag een
mooie opportuniteit om de ethische ontwikkeling van studenten verpleegkunde terug
onder de loupe te plaatsen. De paper van Gibbons & Jeschke biedt een aantal
inspirerende inzichten en suggesties hiertoe, waarvan ik er hier maar een paar
zal belichten.
De
shift van een zuivere ‘ethische opleiding’ naar persoonlijkheidsvorming en
identiteitsontwikkeling vind ik persoonlijk een erg waardevol idee. Hiermee
wordt niet alleen verwezen naar een integrale benadering van ethiek in de
opleiding, maar tevens naar een integratie van klinische, praktische en
ethische competenties in de persoon van de verpleegkundige. Voor sommigen komt
dit misschien over als een ‘een stap terug’ na jaren professionalisering en
verwetenschappelijking van de verpleegkunde, waarbij persoonlijkheidskenmerken
op de achtergrond verdwenen. Persoonlijk zie ik dit als een grote stap
voorwaarts. Meer dan ooit hebben we nood aan professionele zorgverleners die de
nodige integriteit, moed en karakter hebben om in de steeds moeilijkere en
veranderende zorgcontext op basis van hun competenties de juiste keuzes te
maken in de zorg. Het is evident (en trouwens ook boeiend) dat vorming van
persoonlijkheid en identiteit een nooit eindigend proces is en dus niet stopt
bij het verlaten van de schoolbanken.
De
cruciale combinatie van persoonlijkheidsvorming en cognitieve competenties is
een tweede boodschap die ik hier graag op de voorgrond zou willen plaatsen. Het
belang van reflectie wordt in de verpleegkundige opleiding in Vlaanderen reeds
lang benadrukt en heeft geresulteerd in tal van onderwijsstrategieën specifiek
gericht op het bevorderen van reflectie en dit voornamelijk in het klinische
domein. Het toepassen ervan in het domein van visie en waarden en het linken
ervan aan identiteitsontwikkeling is vermoedelijk minder bekend terrein. De
auteurs wijzen in dit verband terecht op de moeilijke opdracht zowel van de
student als van de lector of mentor. Reflecteren over waarden in de praktijk
stelt ons in een kwetsbare positie en leidt ook niet vanzelf tot ontplooiing van
persoonlijkheid en identiteit. Het is een proces van vallen en opstaan, dat
gepaard gaat met heel wat onzekerheid en discomfort zowel voor de student als
voor de lector of mentor. Willen we vanuit de opleiding bijdragen tot de
professionele identiteitsontwikkeling van de studenten, dan moeten we studenten
ook de kans bieden uit te proberen, vallen en op te staan en voor hun visie uit
te komen. Dit vraagt een aangepaste cultuur, waarin docenten gestimuleerd en
ondersteund worden om (zowel op school als op stage) in te zetten op de
persoonlijke groei van studenten. De huidige tendens in ons onderwijs om voornamelijk
te focussen op inhouden en continu te evalueren en te controleren dient m.i.
daarom op zijn minst in vraag gesteld te worden.
Tot
slot, sluit ik me aan bij het grote belang van rolmodellen in deze context.
Over de beschikbaarheid van dergelijke
rolmodellen in school en praktijk twijfel ik niet; of zij ook bewust zijn van
hun meerwaarde in de ethische vorming van studenten èn collega’s is minder
duidelijk. Een meer optimale inzet van deze
rolmodellen lijkt mij alvast één van de meest voor de hand liggende werkpunten
ter optimalisering van de ethische vorming.
Referentie
Dierckx de Casterlé, B. Izumi, S. Godfrey, N.S. &
Denhaerynck, K. (2008) Nurses’ responses to ethical dilemmas in nursing
practice: meta-analysis. Journal of Advanced Nursing 63(6), 540–549.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten